Ongelijkheid in de kunsten is zoveel meer dan een gebrek aan vrouwen

Rijker, breder en dieper en genuanceerder

Ongelijkheid in de kunst- en cultuursector is een feit, laat het ene na het andere onderzoek zien. Maar om een compleet beeld te krijgen van de grootte van het probleem, moet er veel meer dan alleen de ondervertegenwoordiging van vrouwen onder de loep.


De beperkingen van bestaand onderzoek naar ongelijkheid in de kunst- en cultuursector.

Terwijl ik door het Mauritshuis dwaal, valt mijn oog op een schilderij met een huiselijk tafereel uit de zeventiende eeuw – Keukeninterieur, 1644 – vanwege het mooie voedsel dat erop staat. Het toont een wat donkere, maar grote keuken. Een vrouw zit op een stoel een appeltje te schillen. Naast haar staat een kind met een schaal om de schillen op te vangen. In een museum vol pronkstillevens, bladgoud en barokke taferelen blinkt het werk uit in alledaagsheid. 

Op het bordje naast het werk lees ik: 

David Teniers II 1610-1690

Teniers’ vrouw Anna Brueghel en hun zoontje David stonden model voor dit schilderij. Brueghel was zelf ook kunstenaar, maar van haar is geen enkel schilderij bewaard gebleven. Haar vermogen en familiebanden (ze was de dochter van Jan Brueghel de Oude) hielpen Teniers aan zijn doorbraak. 

David Teniers II 1610-1690, Keukeninterieur
David Teniers II 1610-1690, Keukeninterieur

Anna Brueghel was de dochter en kleindochter van grootste kunstschilders van de Lage Landen in de zestiende en zeventiende eeuw, en toch werden haar eigen schilderijen niet belangrijk genoeg geacht om te bewaren. Maar haar echtgenoot maakte wél gebruik van haar positie. Zo werd haar beeltenis op zijn schilderij eeuwen later deel van een gerenommeerde collectie. 

Naakt in het museum

Het schilderij van Teniers deed me denken aan een beroemde poster van het New Yorkse activistische kunstcollectief Guerilla Girls. De tekst op de poster: ‘Do women have to be naked to get into the Met. Museum? Less than 5% of the artists in the Modern Art Sections are women, but 85% of the nudes are female.’ 

De Guerilla Girls begonnen in 1985 actie te voeren tegen ongelijke behandeling van vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen in de kunsten, politiek, film en popcultuur. De percentages op hun poster achterhaalden zij in 1989, door simpelweg te turven in het Metropolitan Museum of Art in New York. Een update uit 2011 laat niet bijster veel verandering zien: tegen die tijd was minder dan 4% van de kunstenaars in de moderne kunstcollectie van het Met vrouw, en was 76% van al het naakt vrouw. 

In Nederland is het niet veel beter: tussen 2013 en 2018 waren slechts 13% van de kunstwerken op zaal in acht grote Nederlandse musea gemaakt door een vrouw, aldus een onderzoek in opdracht van het feministische fonds Mama Cash. 

Ongelijkheid in de kunsten is geen mening, maar een feit

Om aan te tonen dat ongelijkheid in de kunst- en cultuursector geen mening is, maar een hard feit, zijn er de afgelopen jaren ook in Nederland meerdere onderzoeken uitgevoerd door uiteenlopende organisaties en personen. Belangrijk werk, want het zichtbaar maken en benoemen van de ongelijkheid is een krachtige stap in het bestrijden ervan. 

In sommige onderzoeken wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van representatie. Onderzoek je bijvoorbeeld wie het schilderij gemaakt heeft, of wie erop afgebeeld is? De posters van de Guerilla Girls laten zien dat het juist ook interessant kan zijn om die twee naast elkaar te plaatsen. In de kunst- en cultuursector is er bovendien een derde rol: de curatoren, directeuren, producenten en uitgevers die macht hebben in het verdelen van aandacht, tijd en geld. 

Hieronder doe ik een greep uit de onderzoeken naar genderongelijkheid en -representatie binnen verschillende kunstdisciplines: van beeldende kunst en podiumkunst tot popmuziek en literatuur. Niet om te ontkennen dat iedere kunstvorm zijn eigen omstandigheden en uitdagingen kent, maar om te laten zien dat deze juist met elkaar samenhangen en samen een patroon blootleggen.  

Vrouwen zijn in elke discipline ondervertegenwoordigd

  • Het internationale feministische fonds Mama Cash liet in 2018 een overzichtsstudie uitvoeren naar de positie van vrouwelijke makers in de Nederlandse muziek, beeldende kunst, literatuur en podiumkunsten, aangevuld met eigen verzamelde data. Daaruit blijkt dat vrouwen in alle onderzochte disciplines ondervertegenwoordigd zijn. Een greep uit de data: slechts een fractie van de headliners op grote muziekfestivals was vrouw; minder dan een kwart van de werken in de literaire canon werd door vrouwen geschreven; van de negen theatergezelschappen in de culturele basisinfrastructuur had slechts één gezelschap een vrouwelijk artistiek leider. 
  • Een ander onderzoek werd gedaan door Vrouwen in Beeld, een organisatie die zich inzet voor de arbeidsmarktpositie van vrouwen in de hele breedte van de Nederlandse audiovisuele industrie. Het is gebaseerd op data verzameld tussen 2011 en 2020, en laat zien: vrouwen zijn in alle aspecten van de Nederlandse filmsector ondervertegenwoordigd. ‘Voor de meeste onderzochte functies geldt: hoe duurder en langer een productie, hoe minder vrouwen erbij betrokken zijn en hoe meer mannen’, aldus het rapport. Het is opvallend dat ook bij de hoofd- en bijrollen vrouwen in de minderheid zijn. Niet alleen achter de schermen, maar ook on screen laat de representatie van vrouwen dus veel te wensen over..
  • Buma/Stemra, de organisatie die de belangen van componisten, liedtekstschrijvers, producers en muziekuitgevers in Nederland behartigt, publiceerde in 2018 een rapport over gendergelijkheid onder muziekmakers in Nederland. Het toont een discrepantie aan die ook in andere kunstdisciplines te zien is: onder de alumni van de vakopleidingen en conservatoria zijn vrouwen in de meerderheid, terwijl zij onder de leden van de professionele organisaties voor uitvoerende muzikanten en liedschrijvers sterk in de minderheid zijn. Slechts 13% van de leden van Buma/Stemra is vrouw. 
  • Dit zie je ook terug in het onderzoek dat journalist Rufus Kain in 2017 deed voor De Correspondent, waarin hij bekeek hoeveel vrouwelijke artiesten er op de Nederlandse radio gedraaid werden, en op de Nederlandse festivalpodia stonden. Zijn conclusie: de verhoudingen lagen nog schever dan hij vooraf vermoedde. 

Waarom vrouwen turven niet genoeg is

Dit korte overzicht van onderzoeken laat direct een vorm van structurele genderongelijkheid zien, die in alle lagen van de kunst- en cultuursector doordrongen is. Van zulke harde cijfers gaat een sterke boodschap uit: dit is geen mening, maar een feit; er moet iets veranderen. 

Maar het onderzoeken en benoemen van deze ongelijkheid, op deze manier, kent ook nadelen en beperkingen. De onderzoekers die in opdracht van Mama Cash werkten, verwoorden dat zo: ‘Another striking point is the lack of an intersectional approach in current researches, which are mostly focused on male and female artists. This means that it not only overlooks many other important identity markers, but also that it upholds the binary categories of male and female.’ 

Iets vergelijkbaars wordt ook benoemd in een onderzoek van de organisatie Women Inc uit 2021: ‘Kansenongelijkheid wordt groter als sekse samengaat met andere identiteitsdimensies. Denk aan cultuur, religie, huidskleur, leeftijd en beperking.’ 

Wie alleen kijkt naar de vertegenwoordiging van ‘mannen’ en ‘vrouwen’ binnen de culturele sector, bevestigt daarmee een binaire tegenstelling waar veel kritische kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden. De twee categorieën zijn sociale en maatschappelijke constructen die steeds meer ter discussie staan. Het zijn daarnaast beperkte identiteitskenmerken die geen recht doen aan de leefwereld van de mensen waarover het gaat. Want die is rijker, breder en dieper en genuanceerder dan dat. 

Structurele ongelijkheid is dan ook niet opgelost als ‘man’ en ‘vrouw’ beiden 50% van de rollen binnen een vakgebied voor hun rekening nemen. Structurele ongelijkheid hangt immers samen met veel meer aspecten van identiteit, achtergrond en maatschappelijke positie. 

Tijd om de status quo te doorbreken

De expositie Class Issues, in de Berlinische Galerie verkent hoe de achtergrond van een kunstenaar diens kansen en carrière beïnvloedt.

De getoonde kunstwerken gaan over economische en sociale ongelijkheid, en de bordjes ernaast geven inzicht in de omstandigheden waaronder die werken tot stand kwamen. Denk aan verkregen fondsen en subsidies, de bijbaantjes van de kunstenaar of het beroep van hun ouders. 

In gesprek met de The New York Times zegt Anna Schapiro, een van de vijf curatoren van de tentoonstelling, dat ze hoopt dat de tentoonstelling bezoekers laat zien dat ongelijkheid structureel ingebed is in het economische model van de beeldende kunst, van fondsen en galeries tot veilinghuizen en musea: ‘If you’re aware of it, it’s everywhere.’ 

Wat Schapiro omschrijft, speelt breed in de kunst- en cultuursector. In een interview uit 2019 zei Guerilla Girl Alice Neel daarover: ‘The power in the art world has mostly been white males. They in turn are attracted to work that they can relate to because of their culture and experiences. It’s not wrong, it’s just limited. The people who buy the art are the same demographic, and the people who write about art can only write about the art that is seen and sold.’ 

Oftewel: de ongelijkheid is onderdeel van een status quo. En degenen die nu machtsposities bekleden binnen de culturele sector hebben er baat bij om die in stand te houden. Als daarin niks verandert, leidt goedbedoeld diversiteitsbeleid tot perverse prikkels. Dan worden diversiteit en inclusie voornamelijk cosmetisch ingezet om vinkjes achter criteria in een subsidieaanvraag te kunnen zetten en tegelijk te verhullen dat er structureel weinig verandert. Om dit te doorbreken, is diverse representatie in álle lagen van de sector nodig – misschien nog wel het meest op de posities van macht. 

Een kans op echte verandering

Dát er een verandering nodig is op het gebied van ongelijkheid, discriminatie en representatie, staat binnen de culturele sector bijna niet meer ter discussie. De onderzoeken die eerder in dit stuk genoemd werden zijn enkele jaren oud (met uitzondering van het onderzoek van Women Inc., uit 2021). Juist in de jaren sindsdien hebben een aantal gebeurtenissen en bewegingen – waaronder Black Lives Matter en #MeToo – wereldwijd groeiend bewustzijn rondom racisme, seksisme en andere vormen van uitsluiting gebracht, ook in de culturele sector. Maar hoe die verandering structureel tot stand moet komen? 

Volgens de Boekmanstichting is het belangrijk om duidelijk in kaart te brengen wat de stand van zaken rondom diversiteit en inclusie is. Onderzoek hiernaar is lastig, geeft deze stichting aan. In Nederland ontbreekt het nog aan sectorbrede, seriële, landelijke of juist regionale cijfers. Terwijl juist deze cijfers nodig zijn om langlopende trends rondom diversiteit en inclusie in beeld te brengen, en concreet beleid op deze thema’s te maken.

In 2025 gaat namelijk een nieuwe vierjarige cultuurplanperiode in; het tijdvak waarvoor culturele instellingen en organisaties financiële steun aanvragen bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de verschillende rijksfondsen houden er dezelfde periodes op na, net als veel gemeentelijke subsidieverstrekkers). Zo’n periode is potentieel een kans om verandering te brengen en gesprekken te vertalen in beleid en toetsbare eisen voor de aanvragen. 

Voor de zomer van 2023 publiceert het ministerie van OCW de uitgewerkte uitgangspunten waar de instellingen bij het schrijven van hun plannen rekening mee dienen te houden. De vraag is: zullen de nieuwe uitgangspunten concrete criteria benoemen om perverse prikkels tegen te gaan? En in welke mate zullen de beleidsmakers de aanvragende culturele instellingen verantwoordelijk houden om hun goede intenties in resultaat om te zetten?  

Daarvoor lijkt welwillendheid te bestaan, maar voorlopig blijft het bij intenties. Het advies van de Raad voor Cultuur om de lopende periode te verlengen, om rust en ruimte te bieden voor herstel na corona én het bestel te herzien, werd niet opgevolgd. Staatssecretaris Gunay Uslu (Cultuur en Media) kondigde in oktober 2022 aan dat er voor de nieuwe aanvraagronde geen wijzigingen zullen zijn in de opzet van de culturele basisinfrastructuur. In de Kamerbrief over dit besluit benoemt zij echter wel een aantal verbeteringen voor de aankomende ronde, en punten voor een ‘vernieuwingsagenda’ voor de langere termijn. Als het om tegengaan van kansenongelijkheid in de culturele sector gaat, wordt dit niet concreter dan een verwachte inzet op diversiteit en inclusie bij de instellingen. 

Kanarie in de kolenmijn

Uiting geven aan wat (nog) niet tot uiting komt in andere vormen van discours en debat: dat is waar kunst en cultuur onmisbaar voor zijn. Door grote groepen in de samenleving structureel op achterstand te houden, verarmt de sector zichzelf dus ernstig; zowel van de kant van de makers als van het publiek bezien. En dat terwijl dat kracht van expressie en reflectie doorwerkt in andere sectoren van de maatschappij: de kunsten als kanarie in de kolenmijn – signalerend, agenderend en denkend buiten de gebaande paden. 

Onderzoek, zowel kwantitatief als kwalitatief, kan een krachtig middel zijn om veranderingen op een productieve manier te onderbouwen. Maar ongelijke waardering en ongelijke kansen in de kunst en cultuur gaan ver voorbij een verschil tussen de geconstrueerde categorieën ‘man’ en ‘vrouw’. Daarom spreek ik een wens uit: voor nieuw onderzoek naar kansen, barrières en macht, mét een intersectioneel perspectief.

Journaliste Fay van der Wall, kreeg in November 2022 de opdracht van Ellae.nl om meerdere bestaande onderzoeken over de gender, cultuur en sociaal economische kloof in de kunst en cultuursector te beschouwen, tegenover elkaar te zetten, de blinde vlekken op te zoeken en er een essay over te schrijven, met als doel om een gesprek hierover op gang te brengen.

Fay van der Wall (Rotterdam, 1983, zij/haar) schrijft over kunst, (pop-) cultuur en media. Naast het schrijven is ze dochter, zus, vriendin, docent aan de Willem de Kooning Academie, hardloper en hobbyfotograaf. Van huis uit kreeg ze het feminisme mee, waar ze in de loop van haar leven steeds nieuwe invulling aan leert te geven.   

Redactie: Boutaïna Azzabi – Ezzaouia & Rajae El Mouhandiz. Eindredactie: Jelena Barišić